BT12

1,10

IK DROOMDE EENS DAT IK AAN’T STRAND LIEP BIJ LAGE TIJ

IK WAS DAAR NIET ALLEEN, WANT GOD LIEP AAN MIJN ZIJ

WE LIEPEN SAMEN HET LEVEN DOOR EN LIETEN IN HET ZAND

EEN SPOOR VAN STAPPEN, TWEE AAN TWEE

WANT GOD LIEP AAN MIJN HAND.

IK STOPTE EN KEEK ACHTER MIJ EN ZAG MIJN LEVENSLOOP

IN TIJDEN VAN GELUK EN VREUGD VAN DIEPE SMART EN HOOP.

MAAR ALS IK GOED HET SPOOR BEKEEK,

ZAG IK LANGS HEEL DE BAAN

DAAR WAAR HET JUIST HET MOEILIJKST WAS

MAAR EEN PAAR STAPPEN STAAN…

IK ZEI TOEN GOD, WAAROM DAN TOCH?

JUIST TOEN IK U ZO NODIG HAD.

JUIST TOEN IK ZELF GEEN UITKOMST ZAG

OP ‘T ZWAARSTE DEEL VAN ‘T PAD….

GOD KEEK MIJ VOL LIEFDE AAN EN ANTWOORDDE OP MIJN VRAGEN:

‘MIJN LIEVE KIND, TOEN HET MOEILIJK WAS,

TOEN HEB IK JOU GEDRAGEN….’

6 op voorraad