Eind jaren zeventig van de vorige eeuw wordt door mevrouw M.A. Mijnders van Woerden voorzichtig contact gelegd met enkele christenen in China. De Culturele Revolutie is nagenoeg uitgewoed. Chinese christenen worden uit de werkkampen vrijgelaten. Het is een tijd van verwarring. Bestaan de christelijke gemeenten nog na de uiterst zware vervolgingen? Menselijkerwijs gesproken zouden er geen volgelingen van de Heere Jezus meer zijn.
Maar dan blijkt wat de Heere beloofd heeft in Mattheus 28: Ziet, Ik ben met u al de dagen tot aan de voleinding der wereld. Ook in de dagen van zware vervolging en verdrukking. Overal blijken de gemeenten nog te bestaan en tot verwondering en dankbaarheid van de vrijgekomen predikanten blijken de gemeenten gegroeid te zijn…
De Heere regeert… Zijn werk gaat door…
Begin jaren tachtig worden op bescheiden schaal projecten uitgevoerd t.b.v. de Chinese christenen. De contacten verlopen moeizaam, maar toch kan en mag er hulp geboden worden aan mensen in nood.
Langzaam breidt het werk zich uit, steeds op de scherpte van de snede, balancerend tussen het mogelijke en onmogelijke in diepe afhankelijkheid aan Hem die het onmogelijke mogelijk maakt.
Het werk mag zich onder Gods zegen uitbreiden: in samenwerking met mensen uit de etnische minderheden worden kerken en scholen gebouwd; mensen zetten zich in voor de zaak des Heeren, zowel hier als in China.
De Geest werkt; mensen komen tot geloof; nieuwe gemeenten worden gesticht; eenvoudige onderkomens voor die gemeenten worden gebouwd…
Deuren worden geopend, mensenharten worden geraakt om het werk in China mogelijk te maken. Er is een stille verwondering en dankbaarheid. Het land is immens groot, er wonen 1,3 miljard mensen waarvan de meesten de boodschap t.a.v. zichzelf en de weg tot behoud nog niet gehoord hebben. Zo blijft er een taak mensen te winnen voor en toe te rusten tot de dienst in het Koninkrijk van God.